Opleiding tot KPV-trainer

Vooropleidingseisen:

  • afgeronde academische (of gelijkwaardige) opleiding Theologie of Religiewetenschappen
  • certificaat van een gevolgde KPV-training
  • certificaten van opleiding generieke supervisie (LVSC) en opleiding pastorale supervisie Raad KPV&PS (of daaraan gelijkwaardige opleiding, ter beoordeling van de Raad)
  • aantoonbare supervisie praktijk en/of andere begeleidingsvormen, zowel individueel als in groepen van minimaal 5 jaar (minimaal 10 series)
  • certificaten van minimaal twee gevolgde relevante cursussen (zoals bibliodrama, contextueel pastoraat, systeemopstellingen, groepsdynamica)

Opleidingsdoel:

Zelfstandig leiding kunnen geven aan een KPV training.

Eindtermen:

Gevorderde bekwaamheid in het hanteren van kennis, inzicht en vaardigheden en het beschikken over de vereiste attitude bij het leiding geven aan leergroepen van pastores en geestelijk verzorgers, waarin gedurende langere periodes integratie van persoon, professie en beroepsveld centraal staat.

Specifieke doelen:

  • Bekwaamheid in het zelfstandig leiding geven aan centrale programmaonderdelen van een opleidingsprogramma.
  • Bekwaamheid in het begeleiden van leerprocessen van pastores gedurende een langere periode.
  • Bekwaamheid in het hanteren van groepsprocessen.
  • Bekwaamheid in het begeleiden van de beschrijving, analyse en evaluatie van de onderscheiden pastorale handelingssituatie van deelnemers, zodanig dat de ‘professionele biografie en theologische identiteit’ van de deelnemende pastores wordt bevorderd.
  • Bekwaamheid om relevant onderzoek op het gebied van praktische theologie, godsdienstpsychologie en pastorale psychologie, godsdienstsociologie en organisatiekunde in te brengen in relatie tot ingebrachte casuïstiek.
  • Bekwaamheid in het dragen van de eindverantwoordelijkheid voor de uitvoering van een opleidingsprogramma, zodanig dat op een flexibele wijze programmaonderdelen en concrete groepsleerprocessen op elkaar worden betrokken.
  • Bekwaamheid in het zelfstandig ontwikkelen van een opleidingsprogramma waarin de onderscheiden onderdelen qua doel, inhoud en methode op elkaar zijn afgestemd.

Randvoorwaarden:

  • De KPV-trainer in opleiding (i.o.) begeleidt tenminste een hele KPV-training van minimaal negen tot twaalf weken, afhankelijk van de duur van een KPV-training zoals erkend door de Raad voor KPV en Pastorale Supervisie (verder: de Raad).
  • De KPV-trainer i.o. fungeert als co-trainer, waarbij een geleidelijke overgang wordt gemaakt van observeren en assisteren in leidinggeven (eerste fase) naar zelfstandig leiding geven aan meerdere programmaonderdelen (tweede fase).
  • Beide fasen worden afgesloten met een toetsingsmoment, waarin respectievelijk geschiktheid en bekwaamheid van de KPV-trainer i.o. aan de orde worden gesteld.
  • Beide fasen van de opleiding kunnen plaatsvinden in één cursusjaar bij eenzelfde centrum dan wel verspreid over twee cursusjaren bij twee verschillende centra. De laatste optie verdient een zekere voorkeur. In beide opties participeert de KPV-trainer i.o. tenminste eenmaal aan een geheel en aaneengesloten trainingstraject.
  • Voor begeleiding en beoordeling van het onderdeel supervisie-over-supervisie (SOS) wordt in overleg met de opleidingscoördinator een buitenleersupervisor aangezocht, die erkend is door de Raad en niet verbonden aan het betreffende opleidingscentrum.
  • Voor begeleiding en beoordeling van de literatuurstudie wordt een door de opleiding aan te wijzen vakdocent aangetrokken in overleg met de opleidingscoördinator.

Opleidingsonderdelen:

  • Deelname aan screening van deelnemers.
  • Systematische observatie van en reflectie over programma-onderdelen, en verslaglegging van deze observatie naar relevante aandachtspunten (eerste en tweede fase).
  • Partieel (eerste fase) en zelfstandig (tweede fase) leiding geven aan meerdere programma-onderdelen, zodanig dat elke programma-onderdeel op enigerlei moment aan de orde komt.
  • Partiële (eerste fase) en zelfstandige (tweede fase) bijdrage aan supervisieprocessen, zowel individueel als in groepen.
  • Systematische verslaglegging van het gehele programma (tweede fase). In deze verslaglegging staan met name centraal de evaluatie van het programma, de evaluatie van het leerproces van elke deelnemer, en de evaluatie van het groepsproces.
  • Werkbegeleiding minimaal één keer per week door de centrumopleider (eerste en tweede fase).
  • Drie maal (eerste fase) en tien maal (tweede fase) SOS door een buitenleersupervisor.
  • Werkverslag (aan eind van eerste en tweede fase) ter bespreking met de centrumopleider, waarin aandacht voor observaties, reflecties en zelfevaluatie, resulterend in een korte beoordelingsnotitie door de centrumopleider.
  • Leerprocesnota (aan eind van eerste en tweede fase) ter bespreking met de buitenleersupervisor, resulterend in een korte beoordelingsnotitie door de betreffende leersupervisor.
  • Literatuurstudie van tenminste 4000 pagina’s over centrale concepten en theorieën m.b.t. de KPV-training (waarvan tweederde te kiezen uit een door de Raad op te stellen literatuurlijst op basis van advies door het beraad KPV-trainers), inclusief een tentamen bij een door de opleiding aan te wijzen vakdocent.
  • Eindverslag, waarin elementen uit de werkverslagen, de leerprocesnota’s en de literatuurstudie zodanig zijn weergegeven dat inzicht ontstaat in het leerproces, inclusief eindgesprek met de beoordelingscommissie waarin zitting hebben de centrumopleider en een door de opleiding aan te wijzen vakdocent (tweede fase).

Beoordeling:

De KPV-opleiding waar de training plaatsvindt, is zelf verantwoordelijk voor de beoordeling van de KPV-trainer i.o, met inachtneming van de door de Raad vastgestelde richtlijnen.

Tijdens de beide fasen van de opleiding wordt met een zekere regelmaat door de centrum-opleider de aard en de voortgang van het leerproces van de KPV-trainer i.o. geëvalueerd, en wordt vastgesteld in hoeverre en met betrekking tot welke van de specifieke doelen er sprake is van (on)voldoende voortgang in het leerpoces.

Daarnaast zijn er twee duidelijke markeringsmomenten in de opleiding. Het eerste toetsingsmoment heeft betrekking op de geschiktheid en vindt plaats aan het eind van de eerste fase, waarbij aan de orde wordt gesteld in hoeverre voortzetting van deze opleiding ook reële kans van slagen heeft.

Het tweede toetsingsmoment met betrekking tot de vakbekwaamheid is aan de orde tijdens de bespreking van het eindverslag aan het slot van de tweede fase, waaraan een positieve beoordeling van werkverslag, leerprocesnota en literatuurstudie ten grondslag dient te liggen. Indien een onderdeel als onvoldoende is gekwalificeerd kan op dat onderdeel herkansing plaatsvinden.

Beroepsprocedure:

In geval er verschil van mening is tussen de centrumopleider en de KPV-trainer i.o. met betrekking tot de gevolgde procedure, wende men zich tot de Raad in de persoon van de opleidingscoördinator.

In geval er verschil van mening is m.b.t. de voortgang en de beoordeling van het leerproces, wordt in beroep gegaan bij een commissie van drie personen, waarvan de opleidingscoördinator, de centrumopleider en de KPV-trainer i.o. elk één lid aanwijst.

Archivering:

Centrumopleider en vakdocent paraferen het eindverslag, welke tezamen met de werkverslagen, de leerprocesnota’s en de beoordelingsnotities door de betreffende opleiding wordt bewaard voor een periode van tenminste vijf jaar.

De door de Raad aangewezen opleidingscoördinator ontvangt van de centrumopleider een gespecificeerde verklaring dat de opleiding is afgerond, waarna tot certificering kan worden overgegaan.

Certificaat:

Het certificaat wordt verleend door de Raad voor KPV en Pastorale Supervisie.

Aanmelding:

Aanmelding geschiedt bij de (landelijke) opleidingscoördinator, die namens de Raad de opleiding tot KPV-trainer behartigt. Aanmelding is enkel mogelijk op gemotiveerde aanbeveling of voordracht van één van de bij de Raad aangesloten opleidingsinstituten.

De opleidingscoördinator gaat na of de kandidaat voldoet aan de gestelde vooropleidingseisen en draagt in overleg met de KPV-trainer i.o. zorg voor het contracteren van een centrumopleider en een buitenleersupervisor, waardoor de opleiding mogelijk wordt. De opleidingscoördinator stelt met de KPV-trainer i.o. en de centrumopleider een overeenkomst op, waarin wordt vastgelegd:

  • duur en inhoud van het opleidingsprogramma;
  • de beoordelingscriteria;
  • de rechten en plichten van de centrumopleider en de KPV-trainer i.o.;
  • wie voor welke kosten verantwoordelijk is;
  • de beroepsprocedure.

De opleidingscoördinator gaat aan de hand van de verklaring van de centrumopleider na of de trainer i.o. met succes de opleiding tot KPV-trainer heeft afgerond overeenkomstig de door de Raad gestelde eisen en draagt zorg voor certificering en registratie.

Vastgesteld te Utrecht door de Raad voor KPV en Pastorale Supervisie op 21 juni 2011.